Blog #077 Palendorp bij Petten

Blog #077 Palendorp bij Petten

Palendorp bij Petten

Palendorp bij Petten

Petten is een dorp in Noord-Holland, gelegen aan de Noordzee. De duinenrij is hier op zijn smalst en daardoor was Petten erg kwetsbaar in tijden van vloed. Het oudste dorp Petten wordt al vermeld rond 750. Maar het ‘officiële’ bestaan gaat terug tot 1300, Petten bi der Sipe.   In 1421 tijdens de Sint-Elizabethsvloed (19 november, de naamdag van Sint-Elizabeth) is het dorp in zee verdwenen. Het werd weer opgebouwd, maar in 1625 verdween een gedeelte van Petten opnieuw in de zee. Eerst ruim honderd huizen. Vervolgens helemaal in  1792. Slechts een Kerk bleef behouden. De laatste keer tenslotte verdween Petten in de 2e Wereldoorlog, op last van de Duitsers als onderdeel van de werkzaamheden  aan de Atlantikwall.  Alleen het koloniehuis en een paar vakantiewoningen bleven dit keer gespaard. In 1946 werd begonnen met de wederopbouw van het dorp Petten zoals we dat nu kennen.

Van  Hondsbossche Zeewering naar Hondsbossche duinen. Om de kwetsbaarheid van het achterland te verminderen werd in 1793 begonnen met de aanleg van de Hondsbossche zeewering. Tussen 1870 en 1873 nog eens extra versterkt met Basaltblokken. Dat is de Hondsbossche Zeewering zoals ik die kende. Ik was dan ook erg verbaasd toen ik in 2017 op de dijk was en de basaltblokken zocht. Het bleek dat dit gedeelte van de Noord-Hollandse kust was aangewezen als een van de “Zwakke Schakels”. Als versterking werden in 2013 en 2014 35miljoen kubieke meters zand opgespoten. Ondertussen zijn hier duinen ontstaan die dus nu de Hondsbossche duinen heten en Petten (en Nederland) weer een flinke tijd veilig moeten houden

.

Palendorp bij Petten

Palendorp bij Petten

Het Palendorp. Nadat de werkzaamheden waren afgerond heeft de aannemerscombinatie “Van Oord – Boskalis” een monument geschonken. Het werd het Palendorp. Door middel van 160 palen wordt het in zee verdwenen dorp Petten gesymboliseerd. De lage palen voor de huizen en 9 heel hoge Palen die de kerk symboliseren. De Palen steken ook bij hoogwater nog boven de zeespiegel uit, vanwege de veiligheid. Tussen de hoge palen is ondertussen spontaan een schommel verschenen.

Palendorp met schommel

Palendorp met schommel

Het Palendorp is een geliefd uitstapje geworden voor een strandwandeling.

Palendorp met spot

Palendorp met Spot (zo een hond hoort Spot te heten)

 

Palendorp lange sluitertijd

Palendorp lange sluitertijd

Blog #076 Damhertenbronst

Blog #076 Damhertenbronst

8234 Vechtende damherten

In oktober gaan de damherten regelmatig op de vuist

Oktober is de maand van de Damhertenbronst. In de Amsterdamse Waterleidingduinen is dit een geweldig spektakel. Rond het vliegermonument is het een geluidszee van burlende herten. Dit jaar viel het hoogtepunt van de bronst in de herfstvakantie en doordat reizen naar het buitenland moeilijk is en veel mensen dus in Nederland bleven, was het extra druk. Maar het is ook wel de moeite waard.  Het hele gebied heeft een bepaalde geur, die ook ’s avonds nog in je neus hangt. Maar aan het einde van de dag heb je wel het gevoel dat je iets bijzonders hebt meegemaakt. Een aanrader dus. Hier wat impressies van mijn middag in de duinen.

01 Twee burlende damherten-1-7743

01 Twee burlende damherten

Normaal gesproken zie je hier alleen vrouwtjes en heel jonge mannetjes.  Buiten de bronst slechts zelden een volwassen man. Die trekken zich terug in de beboste gedeelten en komen maar spoardisch tevoorschijn. In oktober komen ze dan massaal naar vaste plekken buiten hun rustgebied. Ze graven er kuilen, bakenen hun territorium af en burlen er op los.

2 Hert in vaste kuil -7875

2 Hert in vaste kuil, territoriumpje

 

3 Burlend Hert-7914

3 Burlend Hert, het burlen klinkt overal

Het hoogtepunt is natuurlijk dat zij met elkaar op de vuist gaan. Nou ja op de geweien dus. In de beperkte tijd dat ik hier doorbracht zijn mij drie vormen van knokken opgevallen.

4 Knokkende herten 7739

4 Knokkende herten

Eerst het dominante hert dat zijn kudde voor zichzelf wil houden. Hij heeft een roedel rond zich verzameld, die rondtrekt en die hij bewaakt. Komt er een andere man in de buurt, dan wordt die verjaagd. Het blijft hierbij meestal bij er hard achteraan rennen, tot een gevecht komt het vrijwel niet. Daarvoor is het hij te dominant.

5 Roedel herten met dominante Man-8137

5 Roedel herten met dominante Man

Dan de tweede vorm. Een soort territorium afbakenen. Territorium is hier een groot woord, het gaat meestal om een kuil.  In het gebied waar de bronst voornamelijk plaatsvind, is de afstand tussen die kuilen maar beperkt, enkele tientallen meters. Een Duitse filmer, die hier voor televisieopnames al een week was, wees mij erop dat het donkere hert de hele week een bepaalde kuil in bezit had, die nu echter betwist werd door een licht hert. Er vonden schermutselingen plaats en uiteindelijk moest het donkere hert zijn plek afstaan. Wat zo aantrekkelijk aan die specifieke plek was, werd mij niet duidelijk, evenmin als de functie van zo een plek.

6 Licht en Donker hert betwisten een kuil-7797

6 Licht en Donker hert betwisten een kuil

 

7 het Territorium gevecht-7781

7 het Territorium gevecht

 

8 het Territorium gevecht gaat verder tussen de Bomen-7802

8 het Territorium gevecht gaat verder tussen de Bomen

 

9 Het lichte hert is de overwinnaar-7792

9 Het lichte hert is de overwinnaar

 

10 De donkere blaast burlend de aftocht-7812

10 De donkere moet zijn kuil afstaan en blaast luid burlend de aftocht

 

Dan de derde vorm, een soort vechttraining. Je ziet vaak twee jonge volwassen mannen samen rondlopen. Het lijkt erop of ze geen vaste plek hebben. Af en toe wordt er dan gevochten. Vervolgens lopen ze weer broederlijk verder en even later vindt er dan weer een knokpartijtje plaats.

11 Jonge mannen trekken samen op-8203

11 Jonge mannen trekken samen op

 

 

 

12b En gaan regelmatig op de vuist-8296

12 En gaan regelmatig op de vuist

Dan nog wat aanvullende fotos

 

15 Klaar voor gevecht-8174

15 Klaar voor gevecht

 

14 Uitrekken-8095

16 Uitrekken

 

 

 

 

 

17 Een vredig tafreeltje om af te sluiten-8314

18 Een vredig tafereeltje om af te sluiten

En tenslotte. Ik heb ook nog een filmpje gemaakt en op YouTube geplaatst
Hier de link naar het filmpje Damhertenbronst in de AWD

Blog #075 Kinderdijk

Blog #075 Kinderdijk

Op een buitenlandse website kwam ik een beschrijving tegen van de molens bij Kinderdijk en ik realiseerde me dat ik daar nog nooit was geweest. Terwijl het toch Unesco werelderfgoed is. Tijd om dit goed te maken.  Eén keer per jaar zijn de molens een week lang ’s avonds verlicht en dat leek mij een mooie gelegenheid er naar toe te gaan en te proberen wat foto’s te maken. Het probleem is natuurlijk dat als je eerste bezoek ’s avonds is, je niet weet waar je moet staan en wat de mooiste fotolocaties zijn. Dat betekent dus eerst maar een verkenningsreisje. Op vrijdag met S. naar Kinderdijk.

Kaart Kinderdijk

Kaart Kinderdijk

Kinderdijk ligt in de Alblasserwaard, een polder ingeklemd tussen Lek  en de Noord.  Er staan 19 molens, 2 x 8 in twee molengangen (daarover straks meer) en 3 losse, een wipmolen “De Blokker” (bovenhuis met staart draaibaar, dus niet alleen de Kap)  de Lage Molen en de Hoge Molen. De 16 van de twee molentochten zijn allemaal gebouwd rond 1738 – 1740.  U herinnert zich van school vast nog wel Floris V, graaf van Holland. Hij was het die in 1277 inzag, dat als Holland effectief de Polders wilden beheren er een individueel belang overstijgend bestuursorgaan moest komen, liefst ook nog min of meer democratisch gekozen. (waarbij boeren later een vaste zetel kregen, de z.g. geborgde zetels, medeoorzaak van het huidige probleem van de huidige lage waterstanden). Dat werden dus de waterschappen en waar de waterschappen van de Alblasserwaard onder de eersten waren.  De twee rijen molens werden dus gebouwd door het waterschap Overwaard en het waterschap Nederwaard.

 

 

Die molens moesten het water uit de Alblasserwaard wegpompen. Dat gebeurden in twee etappes. Eerst werd het water ongeveer 1.40 omhoog gepompt naar wateropvang, een z.g. Boezem. De twee molengangen in Kinderdijk pompen hun water naar de Boezem van de Overwaard en de Boezem van de Nederwaard. De individuele molens worden dan ook geïdentificeerd met Overwaard #3 of Nederwaard #5.  Daarna wordt het water weggepompt naar de Lek.

Kinderdijk 3222

Kinderdijk, Nederwaard #6

De vrijdag werd een verkenningstochtje. Het was aardig bewolkt, dus ideaal fotografen weer.  Geen statief of zo mee, wat plaatjes uit de hand.  Zelfs met een eigen Ruysdael-momentje, een prachtige Nederlandse lucht.

Kinderdijk 3220

Kinderdijk, mooie Ruysdael lucht, hier Nederwaard #6

De stand van de wieken. U hebt vast wel eens gehoord dat de stand van de wieken een betekenis hebben. Hier heel beknopt. Als de wieken min of meer loodrecht staan heet dat de korte ruststand. De molen is bedrijfsklaar en kan zo weer aan de slag.  De wieken van een molen draaien tegen de klok in. Als de meest lage wiek links van het midden voor de molen staat: Vreugdestand bv bij de geboorte van een Kind. Als je voor de molen staat en de meest lage wiek staat rechts voor de molen is dat de Rouwstand. Tenslotte de lange ruststand, als bv de molen gerepareerd moet worden, de wieken staan dan in een symmetrisch kruis.

We hadden de auto neergezet bij de Molenkade.  De Molens van Kinderdijk staan aan openbaar toegankelijke wegen (niet voor auto, wel voor fietsers en voetgangers) en er is geen ‘entreegeld’ Er is wel een soort logische ingang bij de Molenstraat / Lekdijk, met een parkeerterrein en toegang tot het Kinderdijkmuseum. Wij stonden echter bij de Molenkade, waar je ongeveer 1 km loopt naar een bruggetje waar je het mooiste uitzicht hebt.

Vandaaruit nog wat rondgelopen en toen door naar de Lekdijk, waar we heerlijk geluncht hebben bij Grand Café “Buena Vista”, een lekkere Uitsmijter en goede koffie.

Toen op maandag terug met mijn fotovriendin. Ondanks de vele files onderweg waren we flink vroeg. De verwachting was, dat het erg druk zou zijn, maar dat viel gelukkig mee. De plek die ik op vrijdag had bepaald was nog beschikbaar. Het is op de plaats waar je vijf Molens van de Overwaard mooi op rij hebt. De ultieme plek is een klein steigertje, maar die was al bezet. Nadat we onze spullen hadden neergezet begon het wachten.  Een langzaam maar zeker werd het donkerder. En rond acht uur ging de verlichting aan. Eerst ging dat nog op in het daglicht, maar langzaam maar zeker kwam de verlichting beter tot zijn recht. Het wachten was op het z.g. Blauwe uurtje dat overigens slechts 30 minuten duurt, een periode waarin de hemel mooi blauw is en natuurlijke en kunstmatige verlichting mooi in evenwicht is. Het werd allengs drukker en de fotografen stelden zich in een mooi rijtje op.

Kinderdijk-3269

Kinderdijk, Kijkrichting Overwaard, met molens Overwaard 5 t/m 9

Rond kwart voor negen werd het magische moment bereikt en kon ik de foto’s maken die ik in gedachten had.

Kinderdijk-3313

Kinderdijk, hier de Molens Overwaard 5 t/m 9 in feestverlichting

Daarna werd het snel donkerder en was het mooie licht verdwenen . Nog even wat rondgelopen en gelukkig bood de bewolkte avondlucht nog wat mooie mogelijkheden.

Kinderdijk-3319

 

Kinderdijk-3325

Nog wat extra fotos gemaakt, maar het mooie licht was verdwenen

Rond half tien was het wel uit met de pret en konden we voldaan terug naar Badhoevedorp.

Deze molentocht smaakte naar meer, we hebben vlak in de buurt de Zaanse Schans, dus dat wordt het volgende fotoavontuur. Er zijn wel een paar fundamentele verschillen. Zo is de Zaanse Schans meer een soort openluchtmuseum. De molens zijn in het merendeel van elders naar hier verhuisd. Ook is het soort molens anders, bij de Zaanse Schans zijn het meer “Industriële” molens, een houtzaagmolen, een verfmolen etc. waar het bij Kinderdijk allemaal molens zijn met die zorgen voor het waterbeheer. Maar over de Zaanse Schans later meer. Nu hadden we een heel goed gevoel over Kinderdijk en we gaan zeker nog wel eens terug

Blog #074 Heidelibellen

Blog #074 Heidelibellen

Je hebt als Natuurfotograaf altijd wat lastige soorten. Bij de Orchideeën zijn dat de Rietorchissen en soortgelijken. Niet uit elkaar te houden. En ze kruisen onderling ook nog.  Bij de libellen zijn dat de blauwe juffers en de heidelibellen. Misschien bent u helemaal niet geïnteresseerd in het uit elkaar houden van de heidelibellen, maar als u dat wel bent, dan hier een kleine poging u wat op weg te helpen. Gelukkig kruisen heidelibellen onderling niet, maar de variaties zijn toch aardig groot, jonge  mannetje, uitgekleurd vrouwtje noem maar op.

Naamgeving van de Libellen is ook zoiets (een dingetje zoals dat tegenwoordig heet), De Bloedrode, bijvoorbeeld is soms rood, soms geel. Daar heb je niet veel aan. De Bruinrode, die in het Engels “Common Darter” heet, is wel een beetje bruin, maar soms ook geel. De Steenrode dan, die dan weer in het Duits “Gemeine Heidelibelle” heet heeft vaak dezelfde kleuren als de Steenrode.  Ja, als ik de namen mocht geven zou het er toch wat anders uitzien. Er is er maar een met geheel zwarte poten, mannetje zowel als vrouwtje, waarom noemen we die dan niet de Zwartpoot Heidelibel”?

Maar hier gewoon eerst maar even de 4 moeilijkste soorten die u waarschijnlijk het meest tegenkomt.

Ik ga er vanuit dat u wel de soort “Heidelibel” kunt herkennen. Dan de eerste vraag. Heeft hij volledig zwarte poten? Dan vraag twee: Maakt de libel een zwarte indruk. Het mannetje vrijwel geheel zwart, het vrouwtje een flink gedeelte van de zijkant zwart.  Loopt er ook een dikke zwarte band over het borststuk met daarin drie opvallen gele vlekken. Dan hebben we de Zwarte Heidelibel te pakken

Zwarte heidelibel-1294

Zwarte heidelibel, let op de drie vlekjes in het zwarte vlak op het borststuk. Hier een vrouwtje

Even terug naar de eerste vraag, heeft de libel uniform zwarte poten, en is het niet de Zwarte Heidelibel als hierboven beschreven? Mooi, dan is het de Bloedrode Heidelibel. Mannetje mooi rood, vrouwtje meer gelig.  Zo dat was nummer twee.

Bloedrode heidelibellen-0891

Bloedrode heidelibellen, Man en Vrouw volledig zwarte poten.

 

Bloedrode heidelibel-0093

Bloedrode heidelibel, Vrouw

 

Bloedrode heidelibel-4254

Bloedrode heidelibel, Man

Dan de bruinrode en de steenrode. Oei die lijken op elkaar. Nu moeten we naar de kop kijken. Een beetje schuin van de zijkant. Tussen snuit en ogen zit een zwart vlak. Loopt dat door langs de zijkant van de snuit. (je zou het een hangsnor kunnen noemen).  Als die doorloopt is het de Steenrode. Als de zwarte vlek niet doorloopt is het de bruinrode. Dus eigenlijk zou je de Steenrode de besnorde heidelibel moeten noemen. Nou, nu heb je eigenlijk de vier meest voorkomende te pakken. En ook mijn eigen ezelsbruggetje: twee keer S: Snorremans = Steenrode.

Bruinrode heidelibel-1577

Bruinrode heidelibel, onbesnord. Dat zie je hier niet zo goed, maar wel waarom hij Bruinrood heet. Overigens heet deze in het engels de gewone “Common Darter”

 

Bruinrode heidelibel-0228

Bruinrode heidelibel, onbesnord.

 

Steenrode heidelibel-1712

Steenrode heidelibel – Snorremans. Deze heet in het Duits juist weer de gewone: “Gemeine Heidelibel” en in het engels “Moustached Darter”

 

Steenrode heidelibel-1374

Steenrode heidelibel – Snorremans.

Er zijn er nog een aantal die je waarschijnlijk minder vaak tot zelden tegenkomt. Allereerst de Zwervende heidelibel. Als de ogen aan de onderzijde Blauwgrijs zijn, voilà de Zwervende.

Zwervende heidelibel-8582

Zwervende heidelibel, Blauwgrijze onderkant van de ogen

Dan de Bandheidelibel. Daarvan heb ik (nog) geen foto, maar dat komt. Niet te missen, met een duidelijke geel/bruine band over de vleugels. Tamelijk zeldzaam, zeker hier in het Westen.

Ten slotte de laatste, de Zuidelijke, een echte zeldzaamheid. Een bijna volledig geel borststuk, bijna zonder zwarte strepen en met een klein cirkeltje midden-onder het borststuk.

Zuidelijke heidelibel-2808

Zuidelijke heidelibel, cirkeltje midden in het verder vrijwel egale gele borststuk.

 Dus, als u het volgende lijstje meeneemt op uw wandeling, maakt u op uw medewandelaar de indruk een uitstekende libellenkenner te zijn. De oh’s  en ah’s  zullen niet van de lucht zijn en uw maakt een onuitwisbare indruk…… En als u het niet weet roept u dat hij/zij nog niet uitgekleurd is, doet het ook altijd goed.

Zwarte  poten en bijna Zwart met drie gele vlekken op borststuk: De Zwarte Heidelibel

Zwarte poten: Bloedrode heidelibel

Bruinig, besnord: Steenrode Heidelibel

Bruinig en onbesnord: Bruinrode Heidelibel

Blauwgrijze onderzijde van ogen: Zwervende heidelibel

Geel borststuk met een cirkeltje: Zuidelijke heidelibel

Geelbruine strepen over de vleugels: Bandheidelibel.

Blog #073 Zwarte Stern

Blog #073 Zwarte Stern

Zwarte-Stern-op-Paal-herkenning-1890

Zwarte Stern, zwarte borst en lijf, witte stuit, grijze vleugels

De Zwarte Stern (Chlidonias nigra,  Black Tern, , Guifette noire, Trauer-Seeschwalbe) is een van de acht Stern-soorten die in Nederland voorkomen.  De Zwarte Stern staat sinds 2004 op de rode lijst, dat wil zeggen sterk bedreigd. Het aantal broedparen was in de jaren vijftig nog in de tienduizenden, inmiddels ligt dat rond de 1000. De Zwarte Stern is een zoetwater moerasvogel, nestelt in kleine kolonies en maakt zijn nest op Krabbenscheer.  De teruggang van deze Stern gaat gelijk op met het verdwijnen van Krabbenscheer. Om toch nestgelegenheid te bieden worden er kunstmatige vlotjes in bepaalde gebieden neergelegd en de Stern maakt daar dan gebruik van om te nestelen.

Zwarte-Stern-vlotjes

Kunstmatige vlotjes in plaats van het schaarse Krabbenscheer en kleine kolonies

Half  april komen de Zwarte Sterns op hun reis naar de broedgebieden in  Europa door Nederland. Een deel blijft hier achter om hier te broeden. Er worden 2 a 3 eieren gelegd die na ongeveer 20 dagen uitkomen.

Zwarte-Stern-nest-2211

Hier drie kuikens in het nest

De Zwarte Stern voedt zich met kleine visjes (bv Spiering), Vliegende insecten en regenwormen. Hierbij laag over het water gescheerd en bv libellen uit de lucht geplukt. Of worden kleine visjes net onder het wateroppervlak vandaan gehaald.

Zwarte-Stern-vissend-1996

Zwarte-Stern-vissend

Half oktober is het feest dan weer voorbij en vliegen de Zwarte Sterns terug naar hun overwinteringsgebied in West-afrika.

Bij Wilnis is een gebiedje waar een aantal kunstmatige vlotjes is neergelegd om ze nestgelegenheid te bieden. In een slootje zijn de vlotjes voorzien van een draadhekwerk om de ganzen te beletten op de vlotjes te gaan zitten. In een andere sloot hebben  de vlotjes niet zo’n hekwerkje. De vlotjes met zijn duidelijk populairder. Toen ik er was waren de vlotjes met allemaal bezet, de vlotjes zonder niet allemaal.

Zwarte-Stern-vlot-met-hek

Zwarte-Stern-vlot-met-hek

Het is een mooi gezicht de Sterns af en aan te zien vliegen om hun jongen te voeren. Duidelijk te onderscheiden is waarmee ze thuiskomen. Een vlinder, een libel of een klein visje. Het blijft wel een uitdaging om in de rommelige omgeving een mooie foto te maken en naarmate de dag vorderde werden de contrasten  door het felle zonlicht ook steeds sterker, dus om een uur of drie was het wel gedaan met het fotograferen. Maar toch weer een mooie ervaring rijker.

 Zwarte-Stern-voert-vlinder

Zwarte-Stern-voert-vlinder

 

Zwarte-Stern-voert-visje-2322

Zwarte Stern voert visje

 

Zwarte-Stern-voert-libel-2065

Zwarte-Stern-voert-libel

 

Zwarte-Stern-vliegend-1982

Zwarte-Stern-vliegend